De belangrijkste bron van frustratie.

  • Posted on: 15 June 2020
  • By: Karin

         

 

Als mens zijn wij sociale wezens.

 

Verbinding voelen met anderen is één van onze belangrijkste behoeften.

In mijn praktijk kom ik vaak het thema eenzaamheid tegen. Zich alleen voelen en leegte ervaren is een veel voorkomende ervaring.

Meestal is dit terug te brengen naar de primaire relaties die we als kind hadden in ons leven. Ouders die het veel te druk hadden, ouders die emotionele problemen hadden en daardoor geen ruimte hadden voor de kinderen, een scheiding, een overlijden, alcoholmisbruik, … Er kunnen zoveel oorzaken zijn voor de ervaring van eenzaamheid.

Als kind waren we afhankelijk van de volwassenen rond ons. En als onze pogingen tot verbinding maken vaak onbeantwoord bleven, dan kan dat gevoel van eenzaamheid tot vandaag in je leven spelen.

 

De belangrijkste bron van frustratie bij kinderen

 

Kinderen zoeken heel erg  naar connectie, omdat ze afhankelijk zijn van hun verzorgers voor hun overleving.

Eigenlijk is de voornaamste focus van kinderen,  een goed contact houden met de opvoeders en diegenen van wie ze afhankelijk zijn. Dit gebeurt uiteraard onbewust. Kinderen hebben de natuurlijke drang om nabijheid van ouders of andere verantwoordelijke volwassenen na te streven en te behouden.

Als ze zich niet kunnen hechten en niet die connectie voelen, dan is dat een heel grote bron van frustratie.

Trouwens niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen.

 

Emoties bij kinderen door verwijdering in de relatie met de ouder(s).

 

Het gevoel van verwijdering van de ouders roepen emoties op bij het kind. Het kind kan de verbinding heel erg gaan najagen en zich gaan vastklampen aan de ouder. Hiermee wil hij heel graag het gat dichten dat hij voelt in de connectie met mama of papa. Een andere emotie die hierdoor ontstaat is angst. Het kind wordt gealarmeerd door de verwijdering van en afstand met de ouder en maakt zich zorgen om de relatie in de toekomst.

Nu is er in onze maatschappij nogal veel verwijdering, en dat begint al vroeg in een kinderleven. Om er een aantal te noemen: kinderdagverblijf, opvang in een crèche, babysit, school, ouders die beiden gaan werken, bedtijd, isolatie, afzondering door straf, scheiding van ouders, dood, afwijzing, verhuis, broertje of zusje krijgen, ziekenhuisopname,…

 

Al deze vormen van verwijdering en afstand met de ouders triggeren verwijderingsinstincten in onze hersenen. Deze zijn verbonden met de instincten van de hersenstam. De hersenstam herbergt de meer basale emoties. Deze emoties hebben meer tijd nodig om tot ontwikkeling te komen. Deze emoties zijn krachtiger en dus moeilijker te beheren. Ze zijn minder ‘beschaafd’ en daardoor moeilijker te hanteren voor de omgeving. Ze zijn niet rationeel.

 

Als de hechtingsrelatie niet goed zit en niet werkt voor een kind, dan gaat zijn aandacht en energie vooral daar naar toe. Dan is hij niet vrij om goed te functioneren in het dagelijkse leven en om zich te ontwikkelen. Als er rust is in de relatie, dan is er ook ruimte in het kind om zich bezig te houden met ontwikkelen en leren.

 

Frustratie kan leiden tot agressie.

 

Frustratie die niet opgelost geraakt, kan leiden tot agressie. De innerlijke emotionele storm die dan woedt in het kind, komt dan op een agressieve manier naar buiten. De spanning in het kind loopt dan zo hoog op, dat de vulkaan uitbarst.

Dit kan in driftbuien, bijten, gooien, schreeuwen, snauwen, sarcasme, gemeen doen, verwijten, zelfverwijt, irritatie, ongeduld, negeren, anderen of zichzelf pijn doen, dingen stuk maken,…

De grond van agressie is dus voornamelijk frustratie.

 

Wat kan dit voor jouw relatie met jouw kind betekenen?

 

Als je merkt dat je kind vaak lastig doet of agressief reageert, ga dan eens na hoe vaak er verwijdering is met je kind. Dit kan zowel op fysiek als emotioneel vlak zijn.

Op welke momenten kan je kind verwijdering ervaren? Lukt het jouw kind om de afstand in tijd en ruimte te overbruggen tot jullie elkaar een volgende keer zien? Of is dit te lang voor jouw kind?

Dit hangt sterk van de leeftijd af. Jonge kinderen hebben nog veel meer nood aan fysieke nabijheid en hechten zich vooral via de zintuigen. Grotere kinderen kunnen zich ook op afstand meer hechten door het gevoel en door aan je te denken van op afstand.

 

Bruggen van verbinding bouwen.

 

Als je merkt dat je kind veel frustratie heeft, ga dan eerst eens na of je kan ontdekken waar je kind verwijdering van je ervaart. Zoals in de vorige paragraaf.

Wat kan jij doen om hierin verandering te brengen, om de brug naar connectie met je kind te herstellen:

Kan je misschien eens een keertje thuis blijven van een afspraak?

Kan je je kinderen meenemen in plaats van een babysit te regelen?

Kan je wat meer tijd nemen voor het ritueel bij het slapen gaan?

Kan je je kind ’s nachts eens bij je in bed nemen? (veel kinderen komen ’s nachts uit hun bed om jouw aanwezigheid die ze overdag moesten missen in te halen.)

Kan je kind een foto van je meenemen naar school? of  naar je ex-partner als je gescheiden bent?

 

Welke actie kan je zelf bedenken in je eigen leven en in de relatie met je kind om te zorgen dat je kind minder verwijdering ervaart?

 

Deze benadering vraagt tijd en is geen quick fix. Het vraagt elke keer opnieuw om energie te steken in de relatie met je kind en ruimte te maken in jezelf. Maar het loont op lange termijn.

 

 

Nog vragen?

 

Blijf je tegen dezelfde patronen aanlopen in je gezin en in de opvoeding van je kinderen? Kom je er zelf niet goed uit?

Neem dan vrijblijvend contact op voor een Inzichtsessie. We gaan samen kijken wat je nodig hebt en zorgen voor een traject op maat.

Contacteer me via karin@hetlevenswiel.be of 0477/23.86.76

 

Hartelijke groet