Het is niet erg. Je moet niet huilen.

  • Posted on: 2 March 2018
  • By: Karin

Ken jij die neiging om het voor je kind in te vullen hoe hij iets ervaart?

 

Denk maar aan uitspraken zoals deze: ‘Je moet niet huilen’, ‘Zo erg is dat niet’, ‘Stop nu maar met huilen’, ‘Nu is het wel genoeg geweest’, ‘Grote meisjes/jongens huilen niet’, ‘Daar moet je niet voor huilen’, ‘Je moet niet zo te keer gaan’, ‘Moet je daar zo boos over zijn?’, ‘Doe niet zo flauw’,…

Of welke gebruik je wel eens?

 

 

We hebben als kind allemaal zulke boodschappen gekregen. Je zult er vast wel één of meerdere van herkennen.

Als ik vroeger boos was bijvoorbeeld, kreeg ik als kind wel eens te horen ‘wat andere mensen nu van mij moesten denken’. Dit bezorgde mij zelfs een schaamtegevoel over mijn boos zijn. Ik had ook het idee dat iedereen naar mij keek als ik boos was en verschrikkelijke dingen over mij dacht.

 

Hoe overtuigingen er in sluipen

 

Vóór de leeftijd van 6 jaar worden de meeste en belangrijkste overtuigingen geïnstalleerd. De manier waarop je vandaag dus naar de wereld kijkt, heb je opgepikt vóór je zevende levensjaar. Overtuigingen zijn niets anders dan neurale patronen die zich in je hersenen gevormd hebben. Als die patronen sterk zijn, dan blijf je vanuit die bril naar het leven kijken. ‘Zo is het’, denk je dan.

Door herhaaldelijk dezelfde boodschappen uit je omgeving te horen, ga je in bepaalde dingen geloven. Je bent dan, vaak tot op de dag van vandaag, overtuigd dat het zo is. Omdat deze overtuigingen zo normaal voor je zijn, ben je je er niet bewust van dat je zo naar de wereld kijkt. Je pikt zo’n overtuigingen op van je ouders, van andere belangrijke volwassenen in je leven zoals grootouders, leraren, enz.

 

Hoe een kind redeneert

 

Ik geef je even een aantal voorbeelden van hoe een kind redeneert vanuit zijn belevingswereld:

  • Ik ben gevallen en ik heb pijn. Maar mijn moeder zegt dat het niet erg is. Ik ga mijn pijn nooit meer laten zien en me sterk houden.’ Je kind stopt zijn pijnen weg en leert om niet naar zijn lijf te luisteren ‘want het is niet zo erg.’ Als volwassene ga je misschien over je fysieke grenzen omdat je geleerd hebt hier niet op te vertrouwen.
  • ‘Ik moet huilen maar ze zeggen mij dat ik moet stoppen met huilen. Als ik huil omdat mijn speelgoed stuk is, en anderen zeggen dat ik daar niet zo’n drama van moet maken, dan zal er wel iets mis zijn met mij. Ik ben er namelijk wel heel verdrietig over. En anderen zeggen dat het niet zo erg is.’ Je kind begint te twijfelen aan zichzelf en wat het voelt.

Maar evengoed zijn er overtuigingen die in onze maatschappij als algemeen worden aanvaard, waardoor niemand ze nog in vraag stelt. We zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat werken van 9u tot 17u moet om onze economie draaiende te houden. Je moet daarin mee kunnen, anders heb je gefaald. We vinden het ook nog steeds normaal dat onze kinderen in het huidige schoolsysteem moeten passen, terwijl heel veel kinderen aangeven door hun gedrag dat dit niet werkt voor hen.

 

Wat gebeurt er bij je kind?

 

Als je kind keer op keer bepaalde boodschappen hoort, of wanneer je kind op een iets ingrijpendere manier éénmalig iets meemaaktn dan gaat hij geloven dat het zo is. Op dat moment trekt je kind zijn conclusies en gelooft hij voortaan dat dat zo is. Dat is hoe ons brein werkt.

Daarmee stopt je kind bepaalde delen van zichzelf weg. Het kunnen emoties zijn, gevoelens, stukken van zichzelf zoals bijvoorbeeld enthousiasme, spontaniteit,…

Die overtuigingen hebben eveneens invloed op het zelfbeeld van je kind. Doordat zijn ware gevoelens ontkend worden, begint het kind aan zichzelf als persoon te twijfelen. ‘Ik voel me verdrietig, maar mijn vader zegt dat ik me dat niet moet aantrekken. Er zal dus wel iets mis zijn met mij want ik voel het wel. Ik ben dus niet OK.

Bij een kind jonger dan 7 jaar komt alles nog totaal binnen. Het bewustzijn is op die leeftijd nog heel anders dan bij een volwassene. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen. Daardoor  komen de boodschappen die je geeft geheel anders binnen bij je kind.

 

Wat je kan doen om anders te gaan communiceren met je kind:

 

  1. Word je bewust van je eigen overtuigingen die je hebt opgepikt uit je eigen opvoeding.  Dit kan je doen door je overtuigingen die je hebt ten aanzien van emoties zoals verdriet, boosheid en angst te noteren. Wat hoor je jezelf wel eens zeggen tegen je kind?
  2. Weet dat een kind anders in het leven staat dan een volwassene. Alles komt totaal binnen bij een kind en een kind betrekt dit heel erg op zijn persoon.
  3. Geef erkenning voor wat je kind ervaart, zonder er een oordeel op te plakken. Dit kan je doen door te zeggen: ‘Ik zie dat je heel boos bent nu’, ‘Jouw lievelingsspeelgoed is stuk en daar ben je heel verdrietig over’, 'Ik kan me voorstellen dat dat lastig is voor jou.', ...

Merk je ...

  • dat je het lastig hebt om je in te leven in je kind, of
  • dat je snel je geduld verliest, of
  • dat je voelt dat het anders kan maar je toch steeds weer in je oude patroon van reageren valt
  • dat het je wat teveel is op dit moment...

... neem dan contact op voor een Inzichtsessie en we bekijken samen wat je nodig hebt en wat ik voor jou kan doen!

Een afspraak kan bij mij in de praktijk of via skype!

 

Contact: karin@hetlevenswiel.be of 0477/23.86.76

 

Ik help je graag verder!

Hartelijke groet,