Wie ben je eigenlijk?

  • Posted on: 22 February 2016
  • By: Karin

Soms weet je het misschien niet goed meer. “Wie ben ik nu eigenlijk?” vraag je je dan af. Soms begrijp je misschien zelf niet goed waarom je boos reageert, of teleurgesteld. Het lijkt dan alsof het niet in verhouding staat met wat er gebeurt. Of je dacht jezelf te kennen, maar ineens merk je dat je anders gaat reageren in bepaalde situaties. Of je ‘methoden’ of ‘aanpak’ die in het verleden werkten, werken gewoon niet meer… Wat dan?

 

Je bent méér dan je ‘denkt’.

Je bent méér dan je gedachten. Ons denken is maar een fractie van ons hele systeem. Ons systeem dat bestaat uit het hart, de intuïtie, emoties, indrukken, ervaringen uit het verleden, fysieke gewaarwordingen, overtuigingen, het onbewuste, het karakter, persoonlijke voorkeuren en interesses, onze passie …

Waar komen onze gedachten die we op dit moment hebben vandaan? Welke overtuigingen hebben we opgepikt in onze kindertijd en spelen nu nog een rol in ons denken als volwassene?

 

Hoe was het toen jij kind was?

Misschien ben je niet boos over wat er hier en nu gebeurt, maar brengt deze ene futiliteit je bij de opgekropte boosheid die je eerder in je leven niet kon of mocht uiten. Als kind hebben we allemaal boodschappen gekregen die we niet konden rijmen met hoe we ons voelden op dat moment. Door die (herhaaldelijke) boodschappen leerden we onze emoties inhouden. Misschien ken je de volgende uitspraken wel: “Doe maar gewoon!”, “Stel je niet zo aan!”, “Doe niet zo flauw!”, “Wat moeten anderen wel niet denken als je zo boos kijkt?”, “Zo’n grote jongen huilt toch niet!”

Door zo’n uitspraken ga je als kind overtuigingen installeren. Je voelt je niet ‘normaal’ “want als ik huil, dan denken anderen dat ik raar ben”. “Er zal wel iets mis zijn met mij als ik me zo voel, want mijn ouders zeggen dat ik me niet zo moet voelen”. Je kreeg als kind op dat moment geen erkenning voor wat je voelde.

Op de duur pas je je aan en ga je je eigen emotie wantrouwen en voor jezelf houden. Met de overtuiging dat ‘het niet normaal is wat ik voel’. Je past je aan, aan de norm die in jouw omgeving geldt. Dit is de norm en de overtuiging van de ouders en andere opvoeders, of van een maatschappij en een cultuur. En dit is ook hoe ouders het in de meeste gevallen geleerd hebben, om met hun eigen emoties om te gaan: inhouden en wantrouwen.

Als kind weet je niet beter. Jouw omgeving is jouw referentie, en om er bij te horen pas je je aan. Je bent als kind immers afhankelijk van je ouders om te overleven. Zij geven je onderdak en eten en voorzien je van alle basisbehoeften.

 

En nu je volwassen bent…

Het ding is, dat je deze strategie, die je ontwikkeld heb in je kindertijd, als volwassene meestal blijft volhouden. We blijven als volwassene vanuit de kinderlijke overtuigingen functioneren. We zijn echter niet meer afhankelijk van onze ouders om te overleven. We zijn in principe vrij om ons eigen leven te leiden.

Zo simpel zit het echter niet in elkaar. Alle emoties die je als kind geen plek kon geven, omdat het niet kon of mocht, vragen om erkenning. Ze zitten opgeslagen in je systeem, in je fysieke lijf. Als opgehoopte spanningen te groot worden, dan gaat je lichaam reageren. Je krijgt kwaaltjes. Je lichaam vraagt om aandacht voor iets.

Of je merkt op een bepaald moment dat je aanpak niet meer werkt. Je overlevingsmechanisme gaat jezelf in de weg staan. Je wordt er zelf de dupe van. Je leeft zoals je ‘denkt’ dat je moet leven, of op een manier dat je ‘denkt’ dat het van je verwacht wordt. En daar zit je dan met de vraag: Wie ben ik eigenlijk?

 

Het innerlijke kind

Je blijft eigenlijk ook als volwassene vaak reageren vanuit je ‘innerlijke kind’. Het innerlijke kind is een deel van ons, net zoals je bijvoorbeeld een controlefreak, een genieter, een sporter, een speelse enz. in je hebt. Maar velen van ons vallen vaak samen met het innerlijke kind en blijven de wereld bekijken vanuit die ogen, of vanuit de ervaringen die het meegemaakt heeft.

Bijvoorbeeld: Stel dat je als overtuiging hebt: “Als een persoon op die bepaalde manier naar mij kijkt, dan wil dat zeggen dat hij me niet moet.” Als kind keek je vader misschien op zo’n manier naar je, en dan wist je dat hij je niet moest op zo’n moment. Dan werd hij boos of wees hij je af. Deze overtuiging ga je later in je leven bij iedereen die zo’n blik heeft herbeleven. Dat noemt projectie. Je projecteert jouw beeld van zo’n blik op anderen. Terwijl je niet weet of dat werkelijk zo is. En als iemand op zo’n manier naar je kijkt, dan ga jij je al automatisch op een bepaalde manier gedragen of aanpassen. Dat is de manier hoe je destijds als kind reageerde op de blik van je vader. Om te voorkomen dat je gestraft of afgewezen zou worden.

Het innerlijke kind zit dus nog steeds in je. Het is belangrijk om dat stuk in jezelf aan het licht te brengen. Om onderscheid te leren maken tussen de behoefte van het kind in jezelf en de behoefte van jou als volwassene. Het is belangrijk dat je als volwassene alsnog aandacht gaat geven aan je innerlijke kind voor zijn emoties en behoeften. Aandacht die het destijds niet gekregen heeft om te helen.  Als je die knoop gaat ontwarren, dan kan je meer en meer een antwoord vinden op “Wie ben ik nu eigenlijk?”

 

Ik geef je graag een aantal tips om het antwoord op deze vraag helder te krijgen (beetje bij beetje):

 

1. Welke overtuiging of leefregels neem jij mee uit je gezin van herkomst?

Dit kan je doen door even een leeg blad te nemen en gewoon te beginnen schrijven over wat als normaal in jouw familie werd/wordt beschouwd. Wat is ‘typisch’ aan jouw familie? Hoe kijken anderen naar jouw familie? Wat vinden anderen typisch aan jouw familie?

Voor mij is dit bijvoorbeeld: ‘je moet hard werken voor je geld’, ‘wat moeten anderen wel niet denken’ of ‘je moet je dat niet aantrekken’.

 

2. Onderzoek van waaruit je op een situatie reageert:

  • Is het vanuit het kleine kind in je (dat je ooit was, en nog steeds in je meedraagt) of vanuit de volwassene?
  • Welke gedachten komen in je op?
  • Welke emoties voel je?
  • Welke behoefte zit hier achter?
  • Wat word je fysiek gewaar?

 

3. Om gedachten of overtuigingen te onderzoeken op waarheid kan je de volgende 4 eenvoudige vragen voor jezelf eens beantwoorden

(deze komen uit The Work van Byron Katie)

  • Is deze gedachte/overtuiging waar?
  • Weet ik absoluut zeker dat deze gedachte waar is?
  • Hoe voel ik mij als ik deze gedachte geloof?
  • Wie zou ik zijn zonder deze gedachte?

 

Om de kwetsuren van je innerlijke kind écht te gaan helen, is het noodzakelijk dat je zelf een goede moeder of vader voor je eigen innerlijke kind wordt. Dat jij alsnog gaat geven aan je innerlijke kind wat het destijds niet gekregen heeft. Niemand kan dat voor jou doen. Je kan hier uiteraard wel begeleiding bij zoeken om te leren hoe je dat best doet. Je moet het wel zélf doen, maar niet alleen.

 

Hartelijke groet

Karin