Familieopstellingen

 

Kinderen zijn verbonden met hun ouders. Kinderen zijn verbonden met hun grootouders. Kinderen maken onlosmakelijk deel uit van de eerdere generaties en hun familiesysteem.

Stel dat iemand geen contact meer zou hebben met zijn familie, dan is die toch nog verbonden met zijn/haar familie. In de eerste plaats door de bloedband. Maar daarnaast zijn er onbewuste dynamieken die leden van eenzelfde familie aan elkaar binden.

Stel dat je kind moeilijk gedrag vertoont. Stel dat het gedrag van je kind invloed heeft op je hele gezin. En dat je denkt dat je weet hoe je het moet aanpakken. Omdat je ouders dat zo deden bijvoorbeeld. Je probeert iets. Het lijkt even te werken. Maar daarna begint het moeilijke gedrag opnieuw. Je vraagt je af waarvoor je kind aandacht vraagt. Je roept misschien hulp in of leest boeken. En je probeert nog een aantal praktische tips. Soms helpt het voor even. En dan, hop, je kind begint weer ‘lastig’ te doen. Je zit met je handen in je haar. Het is onverklaarbaar voor jou. Je voelt dat er meer aan de hand is en niets lijkt te helpen. Dan kan er sprake zijn van verbondenheid in het familiesysteem.

Dit kan eender welk probleem zijn in je leven dat je maar niet opgelost krijgt. Dan ben jij waarschijnlijk vertrikt geraakt met eerdere familieleden en hun (niet-erkende) lot. Dit noemt dan eerder gebondenheid of verstrikking. Dit wil zeggen dat een familielid onbewust houdingen en gevoelens aanneemt van een vroeger familielid. Dit zijn onbewuste dynamieken, waar ik eerder over sprak, die een rol spelen in het hier en nu. Extreme emoties, onbegrijpelijk of extreem gedrag en terugkerende conflicten kunnen wijzen op een binding met leden van de familie uit eerdere generaties. Deze familieleden hebben ernstige gebeurtenissen, trauma’s,  meegemaakt die niet erkend geweest zijn. Zolang die personen niet ‘gezien’ en ‘gehoord’ worden in hun pijn en verdriet, vragen die trauma’s om aandacht. Het extreme gedrag van je kind of je verslaving of eender welk probleem je ervaart in je leven wat je niet kan verklaren, is een manier om aandacht daarvoor te vragen. Eigenlijk ‘zegt’ de persoon die het probleem heeft en uitleeft dan: ‘kijk eens naar die persoon! Er zijn onverwerkte emoties, en wij dragen daar allemaal stukjes van mee.’

Hier volgen een aantal voorbeelden van emoties, gedrag of conflicten die je waarneemt in het hier en nu. Hiermee vraagt de persoon eigenlijk aandacht voor een onverwerkt trauma in de familiegeschiedenis. Iemand van de latere generaties pikt dit op, uiteraard allemaal onbewust, en leeft dit uit.

  • extreem boos worden
  • zich extreem terug trekken
  • claimend gedrag vertonen
  • vaak ruzie maken
  • het gevoel hebben er niet bij te horen
  • sterk controlerend zijn
  • overbezorgd zijn
  • zich overvraagd voelen
  • geen natuurlijk respect tussen ouder en kind
  • moeilijk om grenzen aan te houden
  • sterk afwezig
  • heel emotioneel
  • verslaving
  • zelfmoordgedachten
  • minderwaardigheidsgedachten
  • ...

Er spelen dus allerlei onbewuste dynamieken in een familie. Onverwerkte emoties uit eerdere generaties, kunnen een invloed hebben op het welbevinden van latere generaties. Familieopstellingen of systeemopstellingen is een methodiek om deze onbewuste dynamieken in een familiesysteem aan het licht te brengen. Wij zijn, of we het nu willen of niet, verbonden met het systeem van de familie waartoe we behoren. We zijn verbonden met onze voorouders en hun lot.

Deze methodiek werd ontwikkeld door Bert Hellinger, een Duitse psychoanalyticus die verschillende vormen van therapie studeerde (gestalttherapie, gezinstherapie, Neuro-linguistisch programmeren, systemisch denken,…). Doorheen deze ervaringen heeft hij ontdekt hoe bepaalde ‘levensscripts’ uit een familiesysteem generaties lang doorwerkten. En zo is hij gekomen tot de methode van familieopstellingen.

 

Principes

Bij familieopstellingen moeten een aantal principes in acht worden genomen om opnieuw orde en balans in het familiesysteem te krijgen. Ik zet ze even op een rij:

1. Chronologie

Iedereen heeft zijn eigen plek in het familiesysteem. Diegene die eerst was, komt eerst, dan de jongere. Ouders staan achter hun kinderen. Grootouders staan achter de ouders. De man staat rechts van de vrouw. Als er een nieuwe partnerrelatie komt, dan moet de eerste partner ook zijn plek krijgen. Maar de nieuwe relatie komt voor de oude.

2. Iedereen hoort erbij

Zowel de levenden als de doden uit het systeem horen erbij. Iedereen is gelijkwaardig. Ook als het gaat om vroeg gestorvenen, invaliden, psychiatrische patiënten of mensen die zelfmoord hebben gepleegd. Zodra er leden van de groep worden uitgesloten of doodgezwegen, dan wordt het systeem verstoord.

3. Iedereen draagt zijn eigen lot

Het lot hoort alleen hem/haar toe. Iedereen is verantwoordelijk voor het dragen van zijn of haar eigen lot. Ook draagt iemand verantwoordelijkheid voor de gevolgen van zijn onverantwoordelijkheid. Je lot dragen hoort bij je leven en geeft je kracht en zorgt voor zelfontwikkeling. Als je kind onbewust het lot draagt van iemand anders, dan voelt dat zwaar omdat er een belasting bij zit. Een kind voelt het aan waar iemand zijn lot niet kan dragen of draagt en gaat dit voor de ander doen. Een kind doet dit uit (blinde) liefde, om er bij te horen, en om orde te krijgen in het systeem.

4. Ouders geven oneindig aan hun kinderen

Ouders geven aan hun kinderen wat ze zijn en kunnen geven (tussen ouders en kinderen met bloedverwantschap). De kinderen nemen wat ze krijgen. Ze moeten hun ouders nemen zoals ze zijn. Kinderen hebben niet het recht om van hun ouders iets te eisen.

5. Er is een balans in geven en ontvangen

De dynamiek van geven en nemen bestaat tussen alle andere familieleden. Als we geven zonder te ontvangen, of ontvangen zonder te geven, ontstaat er een schuld. Die kan weer in balans gebracht worden doordat de ander geeft of ontvangt. Het is ons geweten dat zorgt dat we een goed of slecht gevoel hebben over het geven en nemen.

De balans tussen geven en nemen kan spelen tussen broers en zussen, waar de oudste vaak veel geeft aan de jongere, tussen partners, omdat die geen deel uitmaken van dezelfde bloedverwantschap, tussen biologische ouders en adoptie- of pleegouders, tussen sperma- of eiceldonoren.

 

Samengevat

Als iemand uit het familiesysteem niet zijn juiste plek heeft gekregen of krijgt, dan gaan familieleden uit de latere generaties dit dus uitleven. Kinderen en ouders kunnen lasten en patronen hebben overgenomen van eerdere generaties die eigenlijk niet bij hen horen. Daarom kan je bepaald gedrag in het hier en nu vaak niet verklaren. Soms kunnen lasten van generatie op generatie doorgegeven zijn.  De manier waarop de persoon die zijn plek (nog) niet heeft gekregen in het familiesysteem om aandacht vraagt, kan op heel verschillende manieren tot uiting komen, zoals eerder gezegd. Nog een aantal voorbeelden zijn: pesten of gepest worden, extreem gedrag, terugkerende ruzies, zelfmoordgedachten, minderwaardigheidsgevoelens, depressiviteit, alcoholverslaving, sexueel misbruik, geweld, ziekte, ongeval, enz…

 

In de praktijk

Bij een systeemopstelling ga je aan de slag met informatie die voorbij gaat aan het denken en aan wat je ziet aan gedrag in het dagdagelijkse leven. Je gaat bij een opstelling aan de slag met een vraag waarmee je zit in je leven HIER EN NU.

Het vraagstuk wordt ‘opgesteld’ door stoelen in de ruimte neer te zetten of papieren in de ruimte neer te leggen als het om een individuele opstelling gaat. Elk van die stoelen of papieren representeren familieleden die belangrijk zijn in het vraagstuk. Dit weten we niet bij het begin, maar wordt vaak gaandeweg in de opstelling duidelijk.

De opstelling begint door op je eigen stoel te gaan zitten. En daarna verken je ook de plaatsen van de andere personen in de opstelling. Door dit te doen stap je in ‘het veld’ van het familiesysteem. Door stoelen neer te zetten, zet je als het ware het energieveld voor je familiesysteem neer.

Door je open te stellen voor dit veld komt via je ‘innerlijke weten’ onbewuste informatie uit het familiesysteem naar boven. Door je in de ruimte te bewegen ga je aan den lijve dingen gewaarworden/ervaren.  Dan kom je uit je denken, wat je tot nu toe niet verder heeft gebracht. In de opstelling geef je je over aan die ervaringen, daarmee bedoel ik dat je heel subtiel gaat waarnemen, wat je voelt in je lijf, welke gedachten en gevoelens in je opkomen.

Een opstelling kan ook gebeuren in groep. Dan kiest de opsteller uit de groep de nodige representanten voor de familieleden (die belangrijk zijn in het vraagstuk). De opsteller geeft de representanten op gevoel een plek in de ruimte en neemt dan plaats aan de zijlijn, zodat hij/zij de opstelling goed kan observeren. Dan gaat de begeleider aan de slag met de representanten en hun gewaarwordingen in hun positie en laat hen aan het woord waar nodig.

Op deze manier, in de opstelling, worden de principes die hierboven beschreven staan, blootgelegd. Neemt ieder familielid de plaats in die hem of haar toebehoort? Draagt ieder zijn eigen lot? Is er een balans tussen geven en nemen?

Indien dit niet zo is, dan wordt er gezocht naar een manier om balans te brengen en ieder lid zijn plaats te geven die het toebehoort. Door erkenning van het lot van die familieleden, kan het kind de last daar laten waar het hoort en hoeft het dat lot niet meer mee te dragen. Een kind doet dat uit liefde voor zijn ouders of grootouders. Maar dat is niet zijn plek en verantwoordelijkheid om dat te doen. Als dit aan het licht is gekomen, dan kan dat zichtbaar verandering brengen in je leven. Het kind kan terug kind zijn en is vrij. Het kan terug spelen en zich bezig houden met de dingen die bij het kind-zijn horen. Of als je volwassen bent, dan ben je vrij om je eigen leven te leven zoals jij dat wil.

 

Voorbereiding

Om een opstelling te doen, is het belangrijk dat je komt met een vraag in het hier en nu, zoals eerder gezegd. Je kan niet uit nieuwsgierigheid een opstelling doen. Dat gaat je weinig informatie geven omdat je geen focus hebt in de opstelling.

Dus maak de vraag die je hebt zo concreet mogelijk. Wat is het probleem? Waar heb jij last van? Waar wil je naartoe? Hoe zou het zijn moest dit probleem opgelost zijn? Wat gebeurt er met jou als je kind dit gedrag vertoont? Wat heb jij nodig? In het voorgesprek voor de opstelling zullen we dit samen concreet maken. Dit geeft focus en richting in de opstelling.

Als voorbereiding voor je aan een familieopstelling begint is het belangrijk om feiten uit je familiegeschiedenis te verzamelen. Hiervoor is een vragenlijst voorhanden. Het kan nuttig zijn om je ouders of grootouders of tantes of nonkels te bevragen om de nodige info te verzamelen.

Als je vraag duidelijk is, kunnen we beginnen met de opstelling zelf. Je wordt uitgenodigd om stoelen of representanten neer te zetten in de ruimte.

Als begeleider sta ik mee in het veld, om mee in te voelen en vragen te stellen.

De belangrijkste houding die je zelf moet hebben om een opstelling te doen, is een open houding. Open naar wat zich aandient.

 

Oplossing

Waar het in een opstelling naartoe gaat, weten we niet op voorhand. Juist omdat we niet bewust zijn van de dynamieken die eigenlijk spelen in het probleem(gedrag). In die zin is het moeilijk om te spreken over een oplossing voor het probleem wat je ervaart in het dagelijkse leven. Je kan je enkel maar openstellen en overgeven aan dat wat zich toont. Veel hangt af van je bereidheid om innerlijk in beweging te komen. Als je intentie er is, als je je bereid toont, dan zal er ook beweging komen in het veld en gaat het zijn effecten hebben op jou en je leven. Op weg naar een vrijer leven. Niet in gebondenheid maar in verbondenheid met elkaar.